Het Eilanden *non*overleg

De Kattenburger- Wittenburger- en Oostenburgergracht worden voor de zoveelste keer onder de schop genomen. Ze gaan nu heten: De Eilandenboulevard.

De stad doet al een tijdje verwoede pogingen om toeristen uit het drukke centrum te weren (“Nix te doen hier!”) en naar de periferie te sturen (“Leuk! Daar moet je zijn”). Het lukt ze maar mondjesmaat. Ja, je hebt de architectuurliefhebber die zich waagt aan een rit naar de Nieuwe Oostelijke Eilanden om bouwkundige schepsels te bewonderen, maar verder blijft het op dat front nog stil in de banlieues van Amsterdam.

Dat vinden ze niet leuk, bij het stadhuis.

Dus doen ze er een schepje bovenop. Met de Eilandenboulevard. Die Oostelijke Eilanden zitten immers zowat geplakt aan het centrum, het is toch zonde dat mensen daar alleen maar wónen? Dat het daar zo dicht bij het drukke centrum toch lekker stil en aangenaam is? Dat moest maar niet mogen. Er moeten zoveel mogelijk toeristen die kant op gestuurd worden. Bijvoorbeeld door de vele woonboten daar weg te doen, zodat de toeristen beter zicht op het water hebben. Want daar houden ze van, de toeristen, van zicht op het water. Dat ze de Oostelijke Handelsekade vol geplempt hebben met kolossen, zij aan zij, zodat je geen iota van het IJmeer ziet, is geen argument. Die kolossen zijn immers renovaties van vermaarde architecten, dus, die moet je willen hebben. Zicht op het water moeten de toeristen maar op de Eilandenboulevard op doen.

Wat ze ook moeten hebben, die toeristen, is goed zicht op het Scheepvaartmuseum. De stokoude iepen op het Kattenburgerplein moeten daarvoor tegen de grond, om het zicht op het Scheepvaartmuseum te verbeteren. Tegen dat neoklassistische monster is afgelopen jaren 68 miljoen euritjes stuk gesmeten, dat moet het gepeupel in al zijn glorie zien, zo redeneren onze bestuurders, nietwaar?

Ook moeten de vurig gewenste toeristen de scheepswerven van de Nieuwe Vaart beter kunnen zien. Stel je voor dat ze dat niet genoeg deden. Vanaf de Oostenburgergracht heb je dat zicht al volop. Nu moeten ze dat zicht ook vanaf het zijwatertje de Wittenburgervaart – het grachtje tussen Oostenburg en Wittenburg – krijgen. Dat de toeristen dáár niet komen is een kleinigheid: dan máák je toch dat ze daar komen? Maar hoe? Daar is geen stoep bij de oevers, maar huizen, met bewoners erin, tot aan het water. Een woonbuurt dus, zonder iets interessants te zien sinds de werf 't Groenland weg is. Het idee is nu om de sluis tussen de Nieuwe Vaart en de Wittenburgervaart open te breken zodat rondvaartboten erdoor kunnen. Ja, dan hebben we de toeristen waar we ze willen, en het zicht dat we voor de toeristen in petto hebben. De rondvaartindustrie (waaruit de adviseur van de gemeente voor de Eilandenboulevard afkomstig is), zal zelf er ook snel achterkomen dat het bar oninteressant is voor hun duur betalende menselijke vracht: Na een seizoen zullen ze de oude routes hervatten. Het kwaad zal echter al geschied zijn, waardoor plezierboten deze welkome shortcut zullen blijven gebruiken, rakelings langs de woonhuizen varend met knallende motoren, tot diep in de nacht. Je verstoort hiermee een rustige woonbuurt drastisch en onomkeerbaar (de gracht is de achtertuin van die huizen, de rustige kant dus), maar dat mag geen obstakel vormen.

Want obstakels, dat is precies waar het om draait in dit plan voor de Eilandenboulevard. Of liever gezegd: het vellen van obstakels. Al jaren probeert de bewonersdenktank “het Eilandenoverleg” samen te werken met de regenten. Tijdens de laatste – druk bezochte – vergadering werd duidelijk hoe tevergeefs dat is.



Op AT5 gepubliceerd.