Hoe vernuftig de WC-pot! Je
staat er niet bij stil.
Ikzelf werd met de (getergde) neus op de (stinkende) feiten gedrukt, toen ik in
mijn Pippi Lankkousperiode een exemplaar dacht in elkaar te knutselen. Ik
woonde op mijn zelfgeknoopte drijvende eiland de 888, op een gracht in
Amsterdam, naast de boot de Witte Raaf.
Als voorbeeld diende het eveneens zelfgebouwde exemplaar, door Kees Hoekert in
dat geval, op bovengenoemde Witte Raaf. De zijne was feitelijk een grote
trechter van gelakt ijzer. Werkte perfect. De drollen plonsden direct de gracht
in. Dat mocht toen. Ik zwom regelmatig in diezelfde gracht. Naakt. Ik kreeg
Jäegermeistershots (toen nog Jäegermeisterborreltjes) van Aad De Filmmaker, die
wat boten stroomopwaarts woonde.
Aad maakte rond die tijd een docu over ons clubje piepschuimbewoners.
Maria Peters deed dat ook.
Op die films zie je mijn zelfbedachte pot.
Niet van ijzer, HELAAS. Een trechter van ijzer maken, met een randje om je
billen niet te bezeren, was/is een brug lichtjaren te ver. Mijn eiland zijnde
100% van kunststof, het sprak voor zich dat de plee ook van kunststof moest
zijn. Een gat in de plasemmer decouperen, dat kon ik wel. In het geraamte van
een stoel gemonteerd. Vastgeknoopt aan het karkas van het vlot, boven de
gracht. Voilà.
Het heeft gewerkt. 3 dagen.
Alras ging het meuren. Urine op ijzer stinkt op een of andere manier niet. Op
kunststof wel. Ik kreeg de geur er niet uit. Liters bleek heb ik erin gegoten.
Wat toen ook gewoon mocht. Hielp niets.
Tot de dag van vandaag geniet ik volop van mijn emaillen pot. Ik kijk ernaar. Ik
snuif het op. Ik koester het. Ik bewonder het vernuft. Ja, het gemak.

Comments
Post a Comment